Alles over wormen bij honden en katten2014-12-17T08:58:14+00:00

Veel honden en katten zijn besmet

In tegenstelling tot wat veel mensen denken, is nog steeds een groot aantal honden en katten besmet met wormen. Wist u dat minimaal 19 procent van de Nederlandse bevolking ooit met spoelwormen(eitjes) in aanraking is geweest?

Dit is niet heel verwonderlijk, omdat besmetting bij dieren veelvuldig voorkomt. Geschat wordt dat alle puppy’s in Nederland met een spoelworminfectie (opgelopen in de baarmoeder) worden geboren. Van de volwassen honden en katten is 5 à 10 procent drager van de spoelworm en uitscheider van de eitjes. Een onderzoek in zandbakken in Utrecht toonde besmettelijke eitjes aan in ongeveer de helft van alle onderzochte zandbakken!

Het is dus belangrijk om uw huisdier regelmatig te ontwormen. Onafhankelijke, Europese richtlijnen adviseren om uw hond of kat minimaal 4x per jaar te ontwormen.

Besmetting

Drachtige teven besmetten hun pups in de baarmoeder met spoelwormen en melkgevende teven en poezen geven spoelwormlarven door via de melk.

Volwassen dieren besmetten zichzelf door het opeten van rijpe wormeieren. Deze wormeitjes kunnen jarenlang in de buitenwereld overleven. Uitlaatveldjes en andere gebieden waar veel dieren hun behoeften doen zijn vaak behoorlijk besmet.

Ook kan uw dier besmet raken door het opeten of oplikken van een zogenoemde “tussengastheer” zoals een muis, een slak of een vlo.

Ook de kat die binnen zit moet regelmatig worden ontwormd (en gevaccineerd!), omdat is aangetoond dat wij via onze schoenen wormeitjes en virusdeeltjes mee naar binnen nemen. Wanneer de kat gaat liggen op bv. de deurmat en daarna haar vacht schoonlikt, kan ze zich besmetten. Dit gebeurt vaker dan u denkt !

Wanneer moet ik vaker dan 4x per jaar ontwormen?

  • Wanneer uw huisdier vlooien heeft.
  • Honden in kennels, honden die buiten leven of in groepsverband samenleven met andere honden of katten, zwerfdieren en jachthonden lopen een groter risico op een parasitaire infectie en vereisen daarom speciale aandacht.
  • Katten in een cattery, katten die in groepsverband leven met andere katten of honden en dieren die in aanraking komen met verwilderde katten of zwerfdieren, lopen een verhoogd risico op een parasitaire infectie.
  • Honden en katten die in aanraking kunnen komen met knaagdieren (ongedierte), wild, slakken, rauwe vis en rauw vlees, waaronder ook ingewanden, de placenta en geaborteerde vruchten, lopen risico op specifieke parasieten.
  • Honden en katten die leven in of reizen naar bepaalde gebieden (b.v. voor vakantie of nieuwe eigenaar, pension, show of onderzoek) lopen risico op parasitaire infecties (bv. hartworm) die in het betreffende gebied voorkomen.
  • Behalve pups en kittens lopen oudere en zwakkere dieren een groter infectierisico dan gezonde, volwassen dieren.

Belangrijke preventieve maatregelen die u daarnaast als eigenaar kunt nemen zijn:

  • Zorg voor een goede persoonlijke hygiëne, vooral het handenwassen na contact met huisdieren en voor het eten
  • Voorkom infectie door, waar mogelijk, het risico op een besmetting van het huisdier te beperken
  • Ruim de ontlasting van het huisdier op, om besmetting van de omgeving met infectieuze parasitaire stadia te verminderen
  • Minimaliseer de blootstelling van kinderen aan een ernstig of mogelijk besmette omgeving en leer ze goede persoonlijke hygiëne
  • Het regelmatig borstelen van honden verkleint het risico van vachtbesmetting met wormeitjes

Algemene Europese ontwormingsrichtlijn:

Hond: op 2-4-6-8 weken leeftijd, daarna iedere maand tot 6 maanden. Daarna minimaal 4x per jaar of vaker indien nodig.
Kat: 3-5-7 weken leeftijd, daarna iedere maand tot 6 maanden. Daarna minimaal 4x per jaar of vaker indien nodig.
Zogende teef en poes: tegelijk met zogende pups en kittens